HOME

Lid worden?
Bestuur
Dirigent
Koorleden
Concerten
Concertlocatie
Oefenlocatie
Concertaffiches
Luister en kijk
Fotogalerie
Historie
Andere activiteiten
 
 
 

Het Hunzekoor zingt Gregoriaans?

Binnen het Hunzekoor gingen enige stemmen op om wat te experimenteren met het zingen van Gregoriaans, wetende dat de dirigent daar ervaring mee had door zijn jarenlange medewerking aan de Cantorij van de paters Augustijnen in Eindhoven o.l.v. Mathieu Dijker.
Toen we peilden binnen het koor of er belangstelling voor was, bleek wel een twintigtal leden bereid om kennis te maken met deze zangen.
Na een eerste verkennende bijeenkomst op 8 januari hebben we besloten om één maal per twee weken bij elkaar te komen op donderdagavond om 20.30 uur.
Voorlopig zijn we experimenterend bezig, zonder enige verwachting of verplichting.


Wim schrijft over het Gregoriaans:
De vroegste liturgische gezangen van de Christelijke kerk, rond het jaar 600 geordend door Paus Gregorius, en in de 19e eeuw ontdaan van het stof der eeuwen door de monniken van Solesmes, wordt aangeduid met de term "Gregoriaans". Kenmerken zijn o.m: eenstemmig en onbegeleid, melodie in dienst van de tekst, geen maat of ritme. Oorspronkelijk uitsluitend door mannen gezongen, later ook door jongens, en nog later ook door vrouwen.
Een bekende hymne is "Veni Creator Spiritus"
(klik op het YouTubefilmpje hieronder voor een indruk) en een bekende sequens is "Victimae Paschali Laudes".

 

 

Middeleeuwse muziek
Algemeen
De middeleeuwse periode vond plaats tussen 500 en 1400 na Christus. Om te begrijpen hoe de muziek zich in deze periode ontwikkelde, is het goed om iets meer te weten over het leven in de Middeleeuwen. Er waren drie klassen mensen. Ten eerste de adel: mensen van koninklijke bloede en de rijke landeigenaren. Ten tweede de geestelijken: priesters die in kerken werkten en monniken die in de kloosters leefden. De rest van de mensen, de arme boeren en landarbeiders vormden de derde klasse, de burgerij.

Kerkelijke muziek
De kerk was zeer belangrijk in het leven van de mensen. In de kerken ontstonden dan ook de eerste grote muzikale bijeenkomsten. Deze muziek werd vooral gemaakt in de kloosters, de componisten waren katholieke priesters en monniken. Men geloofde dat wat ze componeerden rechtstreeks afkomstig was van God. De mens was hieraan ondergeschikt en om die reden is muziek tot 1100 voornamelijk anoniem, dus zonder dat er namen van componisten van bekend zijn. De heilige muziek uit deze periode bestond uit een enkele melodielijn met woorden in het Latijn.

GregoriaansImpressie van Gregoriaans gezang in de kerk.

Omdat het christendom onder verschillende volkeren verbreid was, heerste er aanvankelijk geen liturgische eenheid. Deze kreeg pas vorm toen paus Gregorius de Grote in 596 de pauselijke troon besteeg. Hij ordende en systematiseerde totdat de kerkzang tot een smaakvolle eenheid gerangschikt was. De benaming Gregoriaans werd pas vanaf 850 gebruikt. Het Gregoriaans is zuiver vocaal; de uitvoering is eenstemmig; de melodie is niet aan maat gebonden. Het Gregoriaans kent dus wel ritme, maar geen maat.

Meerstemmigheid
De meerstemmigheid kwam in het westen tot ontwikkeling in de kloosters en kathedralen. Het is een zeer belangrijke bijdrage van de westerse muziek een de muziekgeschiedenis. Vermoedelijk vind de meerstemmigheid haar basis al in de 9de eeuw. We weten daar echter vrijwel niets over. Een hoogtepunt in de meerstemmigheid vind plaats in de 12de eeuw in de Notre Dame in Parijs. Hier werd tweestemmig gezongen (door solo stemmen dus), aangevuld met Gregoriaanse gezangen door een koor.

Wereldlijke muziekImpressie van de troubadour

Buiten de kerk ontstond in de 12de eeuw een andere muzikale traditie, uitgevoerd door minstrelen en de franse troubadours. Ze trokken zingend, dansend en verhalen vertellend van kasteel naar kasteel. De muziek bestond, evenals de kerkelijke muziek, uit een enkele melodie. Verschil was echter dat de muziek sneller was en in de plaatselijke taal. Verder werd de zang begeleid door snaar- of percussie-instrumenten. In de kerk werd het orgel gebruikt, op straat de viool en de lier. Percussie-instrumenten waren kleine drums en bellen.

Naast de liederen van de troubadours ontstonden volksliederen die, zoals de naam al suggereerd door iedereen (en samen) gezongen konden worden. De volksliederen hadden een simpele melodie en eenvoudig ritme. Bij volksliederen kan onder meer gedacht worden aan strijdliederen, liefdesliederen, drinkliederen en ballades.